Strijd en bravoure

Published at 01/08/2018

Velen hebben het al gezegd: de afgelopen World Matchplay was veruit de beste World Matchplay ooit. We zagen spannende wedstrijden met veel verrassingen en verrassingen blijven leuk en interessant om te zien. In Nederland waren we ondersteboven van Jeffrey de Zwaan, die achtereenvolgens Michael van Gerwen, Adrian Lewis en Dave Chisnall naar huis stuurde. Dat deed hij zonder blikken en blozen maar wel met bravoure. Ik vond het heerlijk om te zien dat een zelfverzekerde De Zwaan de baas was over tweevoudig wereldkampioen Lewis.

image-2018-08-01 (1)
image-2018-08-01
image-2018-08-01 (2)

De blikken in zijn ogen nadat hij een belangrijke dubbel gooide, was genieten. Hij vertraagde het spel, bleef goed spelen en daagde daarna zijn tegenstander uit door stoer en arrogant te kijken na die gegooide dubbel. Een jonge speler met dat soort bravoure, zijn relatief zeldzaam. Eigenlijk best gek dat we die niet vaak zien aangezien de meeste darters erg zelfverzekerd zijn.

Dat De Zwaan zo’n toernooi neer zou zetten had ik een paar jaar geleden niet verwacht. Dat hij talent had kon een blinde nog zien, maar ik zette mijn vraagtekens bij zijn stappenplan. Hij besloot al op erg jonge leeftijd mee te doen met de mannen in plaats van wat jaartjes te blijven spelen in de jeugd. Zijn doelen waren ook hoog en het leek alsof hij die (natuurlijke) tegenslagen moeilijk kon verwerken. Dat hij zijn spel zoveel heeft verbeterd in het laatste half jaar is gigantisch. Met druk en tegenslagen in een wedstrijd omgaan en niet bibberen op belangrijke momenten. Hij kan het allemaal.

Ik weet nog dat ik hem voor het eerst van dichtbij zag spelen in Venray op de Dutch Darts Masters. Vanaf de zijkant van het podium zag ik een stijl waar je u tegen zegt. Hij heeft zo’n ongelooflijk strakke worp. Daar ben ik jaloers op. Het ziet er ook makkelijk uit, wat betekent dat het allemaal talent is dat je ziet. Wanneer zo’n type speler het mentaal op orde heeft en zelfverzekerd is, dan is hij levensgevaarlijk. Dat is De Zwaan nu: levensgevaarlijk.

Wat me ook goed deed tijdens de World Matchplay was het zien van passie en blijdschap bij spelers. De World Matchplay is op het WK en de Premier League na het grootste toernooi ter wereld. Ik zou al uit mijn dak gaan als ik één pijl mocht gooien op dat podium. Bij een leg winnen spring ik het publiek in en bij een overwinning... Ik denk dat mijn hart er dan mee op zou houden. Tegenwoordig zie je een vuistje na een overwinning of draaien ze meteen met een teleurgesteld gezicht om, om de tegenstander een handje te geven. Nu zag ik Gurney op zijn knieën gaan na de eerste ronde, Huybrechts die een gat in de lucht sprong en Suljovic met twee gebalde vuisten boven z’n hoofd. Dat zijn de reacties die ik wil zien! Ben gelukkig als je een wedstrijd wint op een major!

Mensen klagen over het gedrag van Gurney en vinden Van Gerwen, Price en Huybrechts te uitbundig. Ik hou juist van dat soms te overdreven juichen. Daag je tegenstander maar uit. Maak er een wedstrijd van. We missen spelers als Peter Manley, Ted Hankey of Paul Nicholson. Lewis en Price willen nog wel eens hun tegenstander provoceren en ik hou ervan. Ik wil strijd zien. Ik wil een speler zich zien ergeren aan hun tegenstander, een goede finish gooien, omdraaien en keihard in hun gezicht juichen. Die sensatie mis ik de laatste jaren. Natuurlijk hebben we die wedstrijden gehad, maar veel te weinig. Juich bij een goede dubbel, blijf maar een keer staan na een 180 en verzin maar eens iets om je tegenstander te irriteren.